Bezienswaardigheden

Hieronder vindt u de vertaling van de pagina 'Turism' op de website van de gemeente Hodod.

De stad Hodod, tegenwoordig een gemeente in het uiterste zuidoosten van de provincie Satu Mare, wordt in 1210 voor het eerst in documenten. De geschiedenis van de markt en de vesting is verbonden met die van de adellijke familie Jakcs, die het tot het uitsterven van zijn laatste nakomelingen in bezit had. In 1584, slechts twee jaar nadat hij hem de titel van baron had gegeven, droeg prins István Bathory de stad Hodod, samen met de markt van Jibou en 17 andere bezittingen, over aan Francis Wesselényi, de raadsman en goede vriend van de prins.

Twee eeuwen later splitst de familie zich in twee takken, die van Jibou en Hodod, via respectievelijk István Wesselényi en Francisc Wesselényi. De twee weelderige, door de familie Wesselényi gebouwde herenhuizen, getuigen tot op vandaag van het aristocratische verleden van de stad, het ene kasteel in een late barokstijl en het andere in een eclectische stijl. Beide zijn na de nationalisatie openbare gebouwen geworden en zijn de afgelopen decennia ook als zodanig behandeld. De voormalige gemeentelijke school was gevestigd in het in de negentiende eeuw door de familie Wesselényi in eclectische stijl  gebouwde kasteel,  nu bekend als “landgoed Degenfeld" naar Maximilian Degenfeld-Schomburg, de laatste eigenaar vóór de nationalisatie.

De familie Wesselényi blijft in de geschiedenis van het dorp door de barokke bouwwerken die de familie in het noordelijke deel van de Hodod bouwde. Tegenwoordig dient het Wesselényi kasteel als gemeentehuis*. De toegang is niet rechtstreeks vanaf de straat, maar men betreedt het terrein door een poort, versierd met barokke urnen. Vervolgens komt men op een  binnenplaats, omsloten door bijgebouwen. Dit alles verraadt de aristocratische oorsprong van het gebouw en zijn vorige functie.

De bouw van de kastelen begon in 1761 toen het Francis Wesselényi per decreet besloot om een comfortabel verblijf in Hodod te bouwen in de barokke geest van die tijd, en waarvoor hij de Oostenrijker Josef Lintzmann opdracht gaf. Dit onder de indruk van het barokke paleis dat L. Hildebrand had gebouwd voor Eugene van Savoye in het Hongaarse Ráckeve, dat hiermee in hoge mate vergelijkbaar is. De eerste fase van de bouw van het kasteel in Hodod begint hierna.

Maar na een paar jaar werk blijkt Lintzman niet erg bekwaam: De rook van de schoorstenen van de keuken en de bakkerij komt in de kamers en de kelder loopt regelmatig onder water. Na de dood van de oude Wesselényi in 1770, gaat de verantwoordelijkheid naar zijn zoon Farkas, die de noodzakelijke stappen neemt om het project te voltooien. Hij ontslaat Lintzman en contracteert Franz Gindtner  uit Cluj, een bekende vakman in die tijd, die de Armeense kerk in Dumbrăveni bouwde. Gindtner actualiseert de plannen van Lintzman, maar de veranderingen zijn klein omdat het gebouw al grotendeels is gebouwd. Hij weigert de keuken en de bakkerij in het paleis op te nemen en maakt de plannen voor de bijgebouwen waarin ze worden ondergebracht.

Het kasteel bestaat uit een compact volume met een hoog dak met genikte spanten in barokke stijl en herinnert aan het centrale deel van het Savoyai kasteel in het Hongaarse Ráckeve. De gevels zijn symmetrisch en de belangrijke delen worden gemarkeerd door pilasters. Een vooruitstekend deel van de hoofdgevel markeert de toegang tot het gebouw en aan de tegenoverliggende gevel, zichtbaar vanaf de straat, kondigt een decoratieve afronding een weelderige ovale salon.

De decoratie van de gevels bestaat uit laat barokke beelden, gehouwen door Josef Hoffmayer. De wapenschilden en de gedenkplaten zijn gemaakt door Anton Schuchbauer, een getalenteerde meester bekend om de beelden van het Banffy-paleis in Cluj, het Teleki-paleis in Comlod en het Haller-paleis van Coplean. Hij beeldhouwde in Hodod de wapenschilden van Wesselényi en Rhédey (besteld door Farkas Wesselényi ter nagedachtenis aan zijn vader Francis Wesselényi en zijn moeder, Zsuzsanna Rhédey) aan de oostelijke gevel van het paleis.

Daarnaast is hij ook verantwoordelijk voor de drie decoratieve elementen aan de westelijke gevel, boven de belangrijkste deuren van het kasteel: familiewapens van de families Wesselényi en Bethlen (voor Farkas Wesselényi en Júlia Bethlen de Bethlen) omlijst door twee decoratieve patronen met een herdenkingsinscriptie uit 1776, en een passage uit de Oden van Horatius, die spreekt over de schoonheid van het menselijke karakter, eerlijk en rustig: vivitur parvo bene, cui paternum/splendet în mensă tenui salinum/ nec leves somnos timor aut cupido/ sordidus aufert. (Globale vertaling: Gelukkig met weinig leeft hij, bij wiens eenvoudige maaltijd het tafelzilver van zijn voorouders glimt, wiens dromen niet licht worden verstoord door angsten of lage hebzucht.)*

*   Het gemeentehuis is sinds ca. 2010 elders gevestigd. 
    In de bijgebouwen zijn een keuken en een gemeenschapsruimte gevestigd.
** Download hier de Nederlandse vertaling van deze Latijnse tekst uit de Oden van Horatius.


Fotogalerie
 
Hadad, kasteel van Baron Wesselényi
 


 

 Het Wesselényi kasteel aan het einde van de negentiende eeuw.

 


 
Het Wesselényi kasteel aan het einde van de negentiende eeuw 

 
 
 
Het Wesselényi kasteel aan het einde van de negentiende eeuw


   

Hodod in de Josephinische landmeting (1769-1773)

Zie voor informatie over deze landmeting in het Habsburgse rijk https://en.wikipedia.org/wiki/Josephinian_Land_Survey.
   
 

Wesselényi kasteel 


Het bijgebouw van het Het Wesselényi kasteel 



Decoratieve element op de westelijke gevel





Decoratieve element op de westelijke gevel




Herdenkingsinscriptie uit 1776



Kasteel Degenfeld